Om klimaatverandering en stikstofproblematiek aan te pakken, moeten melkveehouders hun methaan- en ammoniakuitstoot verminderen. In Netwerk Praktijkbedrijven werken meer dan 100 melkveehouders sinds 2021 aan het doorvoeren van emissiereducerende maatregelen in hun bedrijfsvoering. Het rapport "Van oplossing naar implementatie: realisatie van emissiereductie op melkveebedrijven – Ervaringen uit Netwerk Praktijkbedrijven" biedt een unieke inkijk in de keuzes, afwegingen en ervaringen van deze melkveehouders.
Het rapport laat zien dat succesvolle emissiereductie niet alleen afhankelijk is van bewezen maatregelen, maar juist ook van de keuzes die melkveehouders maken en de manier waarop zij maatregelen inpassen in de bedrijfsvoering. Om melkveehouders te stimuleren en ondersteunen bij het reduceren van methaan- en ammoniakemissie op hun bedrijf is het essentieel om hun beslissingen en achterliggende drijfveren goed te begrijpen.
Niet de maatregel is het probleem, maar de inpassing
Veel emissiereducerende maatregelen lijken eenvoudig: verlagen van het ruw eiwitgehalte in het rantsoen, aanpassen van het mestmanagement en sturen op een betere benutting van het voer. Toch blijkt implementatie in de praktijk complex, omdat ze de bestaande bedrijfsvoering verstoren.
Een melkveebedrijf werkt als een puzzel: alles is op elkaar afgestemd. Het toevoegen van een emissiereducerende maatregel is als een extra puzzelstukje leggen in een puzzel die al af is. Om dat nieuwe puzzelstukje in te passen, moet een groot deel van de puzzel opnieuw worden gelegd. Dat verstoort de bestaande ordening op het bedrijf en vraagt om aanpassingen in de hele bedrijfsvoering.
Aandacht voor risico's, onzekerheden en gedoe bij verandering
Emissiereducerende maatregelen worden vaak gepresenteerd in termen van voordelen: een lagere uitstoot, kostenbesparing en betere benutting van nutriënten. De implementatie van die maatregelen brengt echter ook risico's, onzekerheid en gedoe met zich mee. Uit onderzoek blijkt dat deze vormen van 'verlies' zwaarder wegen dan de (potentiële) winst bij veranderingen. Melkveehouders beseffen dat het verlagen van het ruw eiwitgehalte niet alleen minder ammoniak tot gevolg heeft, maar ook een kostenreductie met zich meebrengt. Toch zijn zij terughoudend om hiermee aan de slag te gaan, omdat ze bang zijn voor mindere productieprestaties en gevolgen voor de diergezondheid.
Een belangrijke conclusie uit het rapport is dan ook dat de pijn van verandering niet zit in het omarmen van iets nieuws, maar in het loslaten van het bestaande.
Maatwerk is essentieel: geen bedrijf en geen melkveehouder is hetzelfde
Verschillende bedrijven en verschillende ondernemers vragen om een verschillende aanpak. Bodemtype, bedrijfsgrootte en intensiteit van de bedrijfsvoering hebben allemaal invloed op hoe een maatregel uitpakt en hoe die het best geïmplementeerd kan worden. Ook de bedrijfsstrategie en -filosofie hebben een sterke invloed op wat past op welk bedrijf en op welke manier.
Daarnaast verschillen melkveehouders in de mate waarin ze open staan voor vernieuwing en hoe ze omgaan met risico's. Ze hebben verschillende voorkeuren voor hoe ze willen leren en gaan op uiteenlopende manieren om met kansen en tegenslagen.
Er is dus maatwerk nodig in zowel de keuze van maatregelen als de manier waarop melkveehouders worden begeleid. In het rapport worden melkveehouders ingedeeld in verschillende typen en stijlen om houvast te bieden in het leveren van dat maatwerk.
Leren door te doen werkt het best bij emissiereductie
De meeste melkveehouders leren niet van rapporten en modellen. Ook hebben melkveehouders geen behoefte aan informatie waarin de urgentie van het werken aan methaan en ammoniak wordt benadrukt. De ervaringen in Netwerk Praktijkbedrijven laten zien dat melkveehouders het meest realiseren door 'gewoon' te beginnen en daarin praktische informatie en ondersteuning aangereikt krijgen. Om tot succesvolle implementatie van maatregelen te komen, is het voor melkveehouders niet voldoende om te begrijpen hoe een maatregel werkt; het gaat erom hoe die maatregel voor hen werkt.
Dit vraagt om een aanpak waarin melkveehouders:
- zelf ervaren hoe een maatregel uitpakt op hun bedrijf
- de ruimte krijgen om bij te sturen en aan te passen
- ondersteuning krijgen die aansluit bij hun praktijk.
Wie emissiereductie wil versnellen, moet melkveehouders niet alleen kennis en technieken aanreiken, maar ook ruimte bieden om te experimenteren en te leren in de praktijk.
Emissiereductie in de melkveehouderij is geen kwestie van alleen techniek en regelgeving. Het succes valt of staat met de keuzes die melkveehouders maken en de manier waarop zij worden ondersteund in dat proces. Wil Nederland emissies in de melkveehouderij écht verminderen, dan moet er meer aandacht komen voor de melkveehouders zelf: hun beslissingen, hun drempels en de ondersteuning die zij nodig hebben om in actie te komen.
Netwerk Praktijkbedrijven
Binnen Netwerk Praktijkbedrijven werken melkveehouders aan de reductie van methaan- en ammoniakuitstoot op hun bedrijf door middel van managementmaatregelen. Dit rapport richt zich op wat de deelnemende melkveehouders beweegt om emissiereducerende maatregelen toe te passen. Er is aandacht voor:
- stimulerende en belemmerende factoren
- onderliggende mechanismen die keuzes van melkveehouders helpen verklaren
- onderscheid tussen verschillende typen melkveehouders die verschillend omgaan met emissiereductie en de implementatie van maatregelen.
Het project 'Netwerk Praktijkbedrijven' is een initiatief van LTO Noord en Wageningen University & Research. De financiering is afkomstig van het ministerie van LVVN. Het project maakt deel uit van de programmatische aanpak 'Integraal Aanpakken'.
Voor meer informatie:
LTO Noord
T: 088 – 888 66 66
info@ltonoord.nl
www.ltonoord.nl